Ruth, een esjet chajiel

Tijdens Sjawoeot (Wekenfeest, Pinksteren) wordt traditioneel het boek Ruth gelezen. Ruth is de enige vrouw in de hele bijbel die ‘esjet chajiel’, een sterke vrouw, wordt genoemd. De enige plaats waar we de meer specifieke karaktereigenschappen van een esjet chajiel vinden is in Spreuken 31: 10-31. Dit prachtige lied wordt gelezen of gezongen op Erev Sjabbat, dat is vrijdagavond, wanneer de Sjabbat begint.

G’ds leiding in het leven van Naomi en Ruth
In Ruth 2:17 lezen we over Ruth en hoe ze op het land van Boaz heeft gewerkt. Het is voor het eerst dat ze op het land werkt en ze brengt wel één efa gerst bijeen, wat gelijk is aan 22 liter! Op dat moment wist Ruth nog niet dat Boaz familie was van haar schoonmoeder Naomi.

Het leek toevallig dat Ruth kwam werken op het land van een familielid. Echter, de meesten van ons geloven niet in toeval, maar dat het de hand van G’d was die in het leven van Naomi en Ruth werkte. Zijn eeuwige armen brachten herstel aan Ruth en Naomi na een lange periode van verdriet en ellende.

Tora toegepast
Wanneer Ruth ’s avonds terugkeert naar haar schoonmoeder Naomi, vertelt Ruth haar alles wat er die dag is gebeurd: “Toen zei Naomi tegen haar schoondochter: Gezegend is hij door de Eeuwige, die zijn goedheid niet heeft onttrokken aan de levenden noch aan de doden. Verder zei Naomi tot haar: Die man is aan ons verwant. Hij is een van onze lossers” (Ruth 2:20). Plotseling gloort er hoop in de levens van Ruth en Naomi. Hier laat de Tora nieuwe mogelijkheden zien. Naomi opent haar hart voor G’ds leiding in haar leven, want hoop neemt de plaats in van de bitterheid uit haar verleden. Naomi ziet nieuwe, boeiende mogelijkheden voor de toekomst: hoop, liefde en geloof doen het werk van herstel in haar hart.

Vrouwelijke manier van denken en handelen
Naomi draagt Ruth op het volgende te doen: “Baad je en zalf je en doe je opperkleed aan en daal af naar de dorsvloer. Maar laat de man niets van je merken, voordat hij gereed is met eten en drinken. Als hij gaat liggen moet je goed letten op de plaats waar hij ligt. Kom dan naderbij en sla zijn voetendek open en ga liggen. Dan zal hij je wel duidelijk maken, wat je doen moet. En Ruth zei tegen haar: Alles wat u zegt, zal ik doen” (Ruth 3:3-5).

Hier zie je hoeveel vertrouwen Ruth had in haar schoonmoeder, die de Tora kende. Onder deze omstandigheden blijkt dat het leven met de Joodse familie van haar overleden man Ruth’s leven zó heeft beïnvloed, dat ze er hevig naar verlangt om deel uit te maken van het volk van de G’d van Israel en om van hen te leren.

Verder zegt Naomi tegen Ruth: “Is Boaz niet onze bloedverwant?” (Ruth 3:2). Dat betekent dat Boaz volgens de Tora in staat is het land terug te kopen dat aan Naomi’s man en zonen toebehoorde. Omdat Boaz een welgesteld man is, is hij daartoe ook financieel in staat.  En in overeenstemming met de Tora krijgt Boaz, door het land terug te kopen voor Naomi, Ruth als zijn vrouw, zie in dit verband Leviticus 25:25 en Deuteronomium 25:5.

Boaz noemt Ruth “Esjet chajiel”
Ruth 3:7-15, “Toen Boaz gegeten en gedronken had en zijn hart vrolijk was, kwam hij om te gaan liggen aan het uiteinde van de korenhoop. Toen kwam zij stil naderbij, sloeg zijn voetendek open en ging liggen. Te middernacht schrok de man wakker en greep om zich heen. Daar lag een vrouw aan zijn voeteneind. Hij vroeg: Wie ben je? Zij antwoordde: Ik ben Ruth, uw dienstmaagd: spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want u bent de losser. Toen zei hij: Gezegend ben je door de Eeuwige, mijn dochter, je hebt met jouw laatste liefdedaad de eerste overtroffen, doordat je geen jonge mannen nagelopen bent, hetzij arm of rijk. Nu, mijn dochter, wees niet bevreesd; alles wat je zegt, zal ik voor je doen; want iedereen in de poort van mijn volk weet, dat je een deugdzame vrouw bent (esjet chajiel).

Weliswaar ben ik losser, maar er is nog een losser dichterbij dan ik. Blijf vannacht hier. Morgenochtend, als hij je lossen wil, goed, laat hem lossen. Maar is hij niet genegen je te lossen, dan zal ik je lossen, zo waar de Eeuwige leeft. Blijf liggen tot de morgen. Dus bleef zij aan zijn voeteneind liggen tot de morgen. Toen stond zij op, voordat de een de ander herkennen kon. Want hij had gezegd: Het mag niet bekend worden, dat een vrouw op de dorsvloer gekomen is. Verder zei hij: Geef de omslagdoek die je draagt, en houd hem op. En zij hield hem op. Hierop mat hij zes maten gerst en legde die daarin. Daarna ging hij naar de stad.”

Boaz en ook Naomi kennen de Tora en passen haar toe in hun leven. We zien nu hoe Ruth, door het gehoorzamen van G’ds geboden en inzettingen en luisterend naar G’ds stem, ook in het profetische gebied van het geloof komt. In de Tora leren we hoeveel G’d geeft om de generaties. Ruth draagt zorg voor het herstel van een familielijn door de instructies van haar Joodse schoonmoeder Naomi op te volgen. Door deze gehoorzaamheid draagt zij vrucht: het herstel van een familie en een kindje dat Ruth en Boaz gaan krijgen: een zoon die de voorvader zal zijn van onze Messias Yeshua. Hierdoor leren we hoeveel vrucht onze gehoorzaamheid aan G’d kan brengen.

Tijdens het Tellen van de Omer
Ruth komt het land Israël binnen op het moment dat de omer geteld wordt; de periode vanaf de dag ná het Pesach-offer tot aan Sjavoe’ot zijn 50 dagen. Gedurende 50 dagen wordt de ‘omer’ geteld. Daarna vieren we Sjavoe’ot: “Uit jullie woonplaatsen moeten jullie twee beweegbroden meebrengen. Zij moeten gemaakt worden uit twee tienden efa fijn meel. Ze moeten gezuurd gebakken worden, eerstelingen voor de Eeuwige” (Leviticus 23:17).

Voor Joden niet-Joden
Nu mogen we gezuurd brood meebrengen naar de Heilige Tempel: het beweegoffer voor Sjawoeot, gemaakt met onze eigen handen: twee broden per gezin. Ruth betreedt het land Israël op het moment dat de omer geteld wordt. De profetische betekenis is ongelooflijk: de Moabitische Ruth, die zich aansluit bij het volk Israël! Dit is, volgens sommige geleerden, uitgebeeld in de twee broden: Jood en niet-Jood, samen de G’d van Israël dienend! Ruth leerde van het Joodse volk, “aan wie de aanneming tot zonen, de heerlijkheid, de verbonden, het geven van de Tora, de eredienst en de beloften toebehoort” (Romeinen 9:4).

Wanneer we Sjawoeot vieren, danken we de Eeuwige voor het geven van de Tora, zijn beloften, de Messias en de Geest van G’d, de Roeach haKodesj. Met Sjawoeot eten we speciaal etenswaren die met melkproducten zijn bereid, om ons te herinneren aan Israël, het land van melk en honing. Ook herinnert het ons aan de Tora die vergeleken wordt met melk, de geestelijke voeding voor onze ziel.

Sjawoeot sameach!

Elze Erwteman