Ik ben de dokter

Voorwoord

Vorig jaar schreef ik een artikel over mijn strijd om mijn identiteit als arts te vinden. Als ik dit opnieuw lees, zie ik hoe ik gegroeid ben in mijn beroep. Toch wil ik dit graag nog steeds met jullie delen, vanwege het zoekproces. Ik vraag me nog steeds af hoe andere vrouwen hun plaats in de maatschappij innemen, in wat ze doen. Hoe zij erin slagen een sterke vrouw te worden.

Identiteit
“Ik ben de dokter.” Dat moet ik steeds weer opnieuw herhalen tegen de meeste mensen waar ik mee werk: dementerende mensen. Veel van mijn patiënten hebben geen idee waar ze zijn, laat staan dat ze begrijpen waarom er opeens een dokter voor hun neus staat. Zijn ze soms ziek? Dus zeg ik: “Goedemiddag, mevrouw Jansen, ik ben de dokter. De zuster vertelt me dat u zich niet lekker voelt.” Afgelopen woensdag antwoordde een patiënt: “Echt waar? Dan ben ik zeker de patiënt.”

Dank u zuster
Anderen kunnen zich gewoon niet voorstellen dat zo’n jonge vrouw als ik, dokter is. Ze blijven me ‘zuster’ noemen als ik binnenkom. “Ik ben de dokter,” is mijn antwoord, waarna ze meestal sorry zeggen. Maar na het bezoek zeggen ze weer: “Dank u, zuster”.

Ik ben de dokter
Om herkenbaar te zijn als arts, trek ik een witte jas aan. Dat is eigenlijk niet nodig in het verpleeghuis waar ik werk. Het is juist in tegenspraak met het huiselijke gevoel dat de organisatie aan de patiënten wil geven. Maar toch kies ik ervoor om mijn witte jas aan te trekken om mijn identiteit te bevestigen. Ik ben dokter! Maar dit is niet genoeg. Ik moet me ook als arts gedragen. Anderhalf jaar geleden ben ik afgestudeerd en pas begonnen met werken. Nu dacht ik dat ik gewoon mezelf kon zijn: een positief ingestelde vrouw met kennis van de geneeskunde. Maar patiënten en hun families blijken niet geïnteresseerd in mij. Ze willen een dokter. En dat betekent dat het niet voldoende is om witgejast door de gangen van het verpleeghuis te rennen. Af en toe moet ik stoppen met hetgeen waar ik mee bezig was, om een verdrietige echtgenoot een hart onder de riem te steken. Of een patiënt te waarschuwen. En daar heb ik soms moeite mee. Vooral in het begin heb ik me afgevraagd welk recht ik had om dat te doen. Wie ben ik, en wat is mijn identiteit. Het lijkt erop dat het antwoord niet is: Jedidja. Nee, ik ben de dokter.

Op weg om mijn identiteit te vinden
Pas geleden vroeg een bezoeker van mijn gemeente mij of ik niet te veel afhankelijk was van mijn status als arts. Goede vraag, en een verwarrende. Eerst moest ik leren om ‘de dokter’ te zijn. Moest ik nu soms leren om niet ‘de dokter’ te zijn? Zou het zo kunnen zijn dat ik moet leren om mijn identiteit in Yeshua te vinden en tegelijkertijd mijn taak als arts te vervullen? Een kind van Adonai in een witte jas, dat is het.